de Delaware

Het verloren land.

De koop van Manhattan voor een “handvol kralen”gaat in het algemeen door voor één van de winstgevende transacties in onroerend goed van de geschiedenis en is voor velen een voorbeeld van het uitbuiten van de oorspronkelijke bevolking.
Om precies te zijn waren het handelswaren ter waarde van toen 60 gulden, wat volgens een meer dan een eeuw oude omrekening 24 dollar waard was, een bedrag dat nu nog steeds wordt genoemd.
De trot de voorouders van de huidige Delaware gerekende Munsee, die in 1626 het eilandje van graniet aan de Hollanders verkochten, beschouwden de begeerde goederen echter ongetwijfeld als een afdoende betaling terwijl voor de laatsten de aankoop helemaal niet zo voordelig bleek te zijn: nauwelijks vier decennia later werd Nieuw Amsterdam door Engelse kolonisten veroverd en New York genoemd.
Volgens de mondelinge overlevering van de Delaware waren de Europese kolonisten zeer geniepig als het om het verkrijgen van land ging.

Nadat de Delaware aan de vraag van de Hollanders gehoor hadden gegeven om een stuk land “zo groot dat het door een koeienhuid omvat kon worden” af te staan, sneden deze de huid tot een lange smalle riem om daarmee een zo groot mogelijk stuk te omspannen.
Zonder scrupules was het ook de zoon van William Penn, de grondlegger van de kolonie Pennsylvania, die een eeuw later de Delaware bedroog.
Het befaamde “Walking Purchase”verdrag van 1737 stonden de Delaware een stuk van hun land af dat zo lang was dat een man er in anderhalve dag omheen kon lopen.
Zij hadden echter niet gerekend op de sluwheid van hun verdragspartners die drie speciaal daarvoor getrainde lange afstand lopers gebruikten om de afstand in ijl tempo af te leggen, zonder pauze en over een van te voren door het bos gekapt pad.

De voorouders van de Delaware verloren zo uiteindelijk op een andere manier hun traditionele woongebied in het stroomgebied van de Delaware River; deze door de Engelse gebezigde aanduiding werd later gebruikt voor een volk dat pas in de achttiende eeuw werd gevormd uit de van hun land verdreven groepen.
De oorspronkelijke kleine, onafhankelijke lokale groepen van deze regio, die bij de Europeanen onder tientallen namen bekend stonden, spraken verscheidene dialecten van twee Ooste-Algonquin talen, Munsee in het noorden en Unami in het zuiden.
De Unami-sprekende noemden zich Lenape ( Echte Mensen), ook nu nog de naam waar de Delaware bij voorkeur willen worden aangeduid.
De Delaware bedreven jacht en visvangst waarbij de afzonderlijke families aanspraak maakten op het gebruiksrecht van bepaalde gebieden, en ze verbouwden in de zomer mais in de buurt van hun dorpen.

Aanvoerders van deze groepen, mannen uit invloedrijke families, vervulden ceremoniële taken, dienden als politieke vertegenwoordigers, en besloten met andere mannen in raadsvergaderingen over het lot van hun volk.
Voor het organiseren van grot jachttochten, bij het verdedigen tegen vreemden en bij diplomatieke onderhandelingen met Europeanen of inheemse buren sloten afzonderlijke families zich af en toe samen.
Pas na hun stapsgewijs binnen dringen in het dal van de bovenloop van de Ohio ontstond het grotere politieke verbond van de “Delaware”, waarbij niet alle lokale groepen zich aansloten en waarvan kleine groepen zich ook weer los maakten.
Halverwege de zeventiende eeuw hadden de Iroquois al enkele lokale groepen ven Munsee en Unami onder hun heerschap gebracht.

In de achttiende eeuw hadden Delaware-vluchtelingen zich in het Iroquois-gebied gevestigd; in hun taalgebruik werden ze tot “vrouwen” van de Iroquois-clans gemaakt, die geen rechten hadden om land te verkopen of oorlog te voeren, en waar van de diplomatieke banden met de blanken door de Iroquois werden gecontroleerd.
Hun politieke status als “mannen”kregen de Delaware pas weer ten gevolge van de Amerikaanse Revolutie, die echter ook bij droeg aan hun splitsing in verschillende fracties en hun verdere verspreiding.
Een in 1775 gesloten neutraliteitsovereenkomst met de opstandige kolonisten werd in 1778 gevolgd door het eerste formele verdrag tussen de Verenigde Staten en een inheems volk; de Delaware kregen hierin van de Amerikanen landrechten in hun nieuwe woongebied toegezegd.

Nadat groepen Delaware die met de Britten hadden gesympathiseerd in het westen van Ohio in opstand waren gekomen, namen Amerikaanse milities wraak op vredelievende en door zendelingen van de Moravische Broederschap tot christenen bekeerde groepen.
In 1782 richtten de milities een bloedbad aan in het zendelingen dorp Gnadenhutten in het oosten van Ohio waarbij 90 Delaware – christenen werden afgeslacht. Nog in de achttiende eeuw trokken verscheidene groepen Unami en Munsee deels onder leiding van de Moravische Broeders, deels samen met de Iroquois, naar de Canadese provincie Ontario; anderen trokken naar Missouri in het toen nog Spaanse Louisiana: De laatste nog in New Jersey wonende Unami verlieten in 1802 hun reservaat en sloten zich in New York aan bij de Stockbridge, een mengeling van Mohegan-Pequot en Mahican, die onder bescherming van de Oneida-Iroquois in 1823 naar Wisconsin trokken.
Het merendeel van de Delaware volgden de emigranten, die zich op uitnodiging van de Miami al rond 1780 aan de White River in Indiana hadden gevestigd, van waar ze in 1818 naar Missouri werden verdreven.
Enkele groepen gingen van hier naar Arkansas en Texas, anderen kregen in 1829 grond in Kansas, die ze in 1867 ruilden voor een reservaat in Oklahoma.
Nu wonen de Delaware overal verspreid in verschillende delen van Canada en de VS, zoals Delaware, Munsee of Unami.
Hun lot illustreert in een bijzondere dramatische vorm de geschiedenis van landverlies, gedwongen verhuizingen en een verander eindentiteit, zoals dat ook andere volken van het Noordoosten is overkomen.

Terug naar korte verhalen

lenape


masaacre


munsee


munsee2


fort


sarato


village


tribe


stillhere


removal


language


chief