Navajo Long Walk to the Bosque Redondo

The Long Walk of the Navajo, ook wel de Long Walk to Bosque Redondo genoemd, was een Indianen verwijderingsplan van de United States regering in 1863 en 1864. Vroege relaties tussen Anglo-Amerikaanse bewoners van New Mexico waren relatief vreedzaam, maar de vrede begon te wankelen toen een gerespecteerd Navajo leider genaamd Narbona in 1849 werd vermoord. Ongeveer In 1850 begon de U.S regering Forten te bouwen in het Navajo gebied, namelijk Fort Defiance ( dichtbij wat nu Window Rock heet in Arizona) en Fort Wingate in Noord Oosten van New Mexico. Verder was er nog het Bonneville verdrag in 1858 dat vertelde dat de Navajo recht hadden op hun eigen land en de relatief pro Navajo U.S.Army leider en tevens agent-bemiddelaar ging terug naar West Point.

Het was ondertussen 1860 en steeds meer Amerikanen gingen westwaard en kwamen ze onderweg in gevecht met de Mescalero Apache en de Navajo. Deze mensen dachten dat ze het recht hadden om zomaar even de controle te kunnen nemen over de Mescalero en Navajo Indianen en hun manier van leven konden veranderen. Dit lieten de Indianen niet over zich heen gaan en maakten het de immigranten moeilijk. Onder de leiderschap van de nieuwe commandant van Fort Defiance, William T.H. Brooks, van de U.S Army begon een destructief cycle van wraak en aanvallen tegen de Navajo en Apaches. Er verzamelden zich en op een gegeven moment ongeveer 1000 Navajo warriors onder de leiderschap van Manuelito en Barboncito op 30 april 1860.

Ondanks een nieuw verdrag getekend op 15 februari 1861, werd de relatie tussen het leger en de indianen erg verstoord. Dit werd met de dag erger, doordat men het plan had om een paarden race te beginnen onderling. De angst was groot dat het tot een uitbarsting zou komen. Deze angst uitte zich in een slachtpartij waarbij 30 Native Americans op de orders van Kolonel Manuel Chaves, commandant van Fort Wingate werden vermoord. Als gevolg van deze slachtpartij, wat plaats vond op 22 september 1861, begonnen militairen het plan op te vatten om de lokale Navajo bij elkaar te drijven en zo ontstond de lange wandeling, oftewel The Long Walk.

The Long Walk werd georganiseerd door Generaal James H.Carleton, New Mexico’s U.S.Army commandant. Het plan was het verwijderen van de Navajo Indianen van hun eigen native land, inclusief de gebieden in noordoost Arizona, west New Mexico, en dan richting noorden naar Utah en Colorado. Om hun plan tot werkelijkheid te kunnen brengen begon de U.S. Army een oorlog met de Mescalero Apache en Navajo Indianen , ze vernietigden hun velden en tuinen, hun huizen en hun vee. Voordat de Indianen waren verslagen gaf het congres authorisatie om de Indianen te laten verwijderen van Fort Summer, New Mexico. Ze werden getransporteerd naar Bosque Redondo, dit gebeurde op 31 oktober 1862, een plaats van veertig mijlen in doorsnee. Sommige officieren waren het niet zo met de locatie eens omdat er maar weinig water, voeding en brandhout was in Bosque Redondo. Uiteindelijk werd er wel voor deze plaats gekozen. Het was tevens het eerste Indiaanse reservaat ten westen van Oklahoma Indian Territory. Het plan was om de Apachen en de Navajo tot boeren te maken in Bosque Redondo met een irrigatie systeem van de Pecos Rivier. Ze werden tevens omgeschoold als goed christen en gingen dus naar school, men wilde hen civilliseren.

De Apache en Navajo, die de aanval van het leger hadden overleefd, waren ten dode opgeschreven of moesten zich overgeven. Tijdens een strijd tegenover het leger die onder leiding stond van Kit Carson in Canyon de Chelly moesten de Navajo zich toen over geven aan Kit Carson en zijn troepen in januari 1864. Kit Carson kreeg zijn orders van het U.S.Army commandant. Carson moest direct beginnen met het vervoeren van de Indianen naar Bosque Redondo. Velen overleden onder de zeer slechte omstandigheden in het reservaat. De geforceerde lange wandeling onder leiding van Kit Carson werd door de Navajo “The Long Walk” genoemd.

Sommige Navajo's lukten het om te ontsnappen en overleefden op het terrein van de Chiricahua Apache, in de Grand Canyon, op de Navajo Mountain en in Utah. Men had een groeve met katoenplanten genaamd de ill kant bij de rivier. Hier had men een virtueel gevangenis kamp gemaakt voor de Indianen. Het brakkke water van de Pecos zorgde voor veel problemen en ziekte in het kamp. Ongedierte vernietigde het korenveld en de hout voorraad in de Bosque Redondo was er al snel doorheen. De meeste Mescalero Apache werden verband op 3 november 1865, maar voor de Navajo's gingen er nog drie zware jaren aan voorbij voordat de U.S. regering toegaf. Het plan om ze daar te behouden was verkeerd afgelopen en een mislukt . Bosque Redondo was verdoemd als een misserabel falend plan. De onschuldige Navajo's van dit slechte plan die werden voorzien van slecht eten en verzorging werden soeveriniteit aangeboden in het historische verdrag van 1868.

De Navajo's keerden terug naar hun eigen land in de grens van Arizona en New Mexico. Hongerig en boos omdat hun terrein was verkleind tot een gebied smaller dan wat er was beloofd voor de Exodus naar Bosque Redondo. Ze waren één van de weinige stammen die toestemming hadden gekregen om terug te keren naar hun eigen native land. De U.S. regering voorzag hen van schapen en binnen een paar jaar hadden de Navajo's hun schapen zo vermenigvuldigd dat er uiteindelijk meer inkomsten binnen kwamen en dat men uit eindelijk meer kon verhandelen en dat er iets meer welvaart kwam. Vandaag de dag is de Navajo Nation de grootste Native American communitie in de U.S. met als Capitol, Window Rock.